Free songs
Koppige Ikke en Meneer Twijfel: Reacties, Recensies, Reflectie

Koppige Ikke en Meneer Twijfel: Reacties, Recensies, Reflectie

Ik denk dat iedere schrijver weleens een stemmetje in zijn of haar hoofd hoort waar hij of zij de rillingen van krijgt. Het is een bijzonder akelig stemmetje die telkens de gevoelige snaar weet te raken en lijkt te komen en gaan wanneer hij dat zelf wil, maar hij is vooral duidelijk hoorbaar wanneer je ’s avonds in je bed ligt en de rest van de wereld op pauze staat. Het stemmetje heet Meneer Twijfel en fluistert je graag wat onheil toe.

‘Denk je nou echt dat de wereld op jouw pulp zit te wachten, jongen?’

‘Wie wil deze onzin lezen?’

‘Is het goed genoeg?

‘Heel leuk dat woordgeknutsel van je, maar kun je het échte schrijven niet beter aan de Stephen Kings van deze wereld overlaten?’

Ik ben een koppig mannetje, dus ik verkoop mezelf graag de onzin dat mensen wel degelijk om mijn schrijfsels zitten te wachten. Daarom schrijf ik vrolijk door over de meest sinistere en duistere dingen die mijn verknipte brein kan ophoesten. Maar nu, twee maanden na de release van ‘Dagboek op doktersrecept’ (DODR), kan ik eindelijk de balans opmaken en zien wie er gelijk had: Koppige Ikke of Meneer Twijfel.

Als je kijkt naar de verkoopcijfers dan heb ik overduidelijk niet de populariteit van Karin Slaughter. Het is (nog) geen bestseller. Helaas! Maar langzaam aan leren meer Nederlanders het boek kennen.
Ik beleefde dan ook niet het debuut waar iedere auteur van droomt. De lancering van mijn boek was door een foute druk eerder een nachtmerrie (lees hier meer). Toch doe ik het volgens mensen uit het vak nog niet zo slecht. Het boek is dan nog niet toe aan een tweede druk en buiten de regio Gooi en Vechtstreek hebben de meeste mensen waarschijnlijk nog nooit van mij gehoord, de reacties en recensies zijn tot nu toe vrijwel allemaal erg positief!

Vooral het plot, de website Regiobron.nl, de omslag en de tweede helft van het boek worden geprezen. Het is echt onwijs leuk om te lezen dat mensen genoten hebben en nu uitkijken naar meer – en dat zullen ze krijgen ook!

Ondanks al het positieve kan ik het niet verhelpen om bij iedere recensie meer in te zoomen op het negatieve dat gezegd wordt. Dat blijft op de een of andere manier toch beter hangen dan goed commentaar. Het voelt eerlijker. Misschien omdat je van negatieve feedback soms weet dat ze gelijk hebben en je het van een mooi compliment alleen mag hopen?

Wat in bijna iedere recensie terugkomt is dat het begin van het boek te langdradig is en dat het wat tijd kost om in het verhaal te komen. Zelf heb ik dat tijdens het schrijven ook weleens gevoeld – het twijfelende stemmetje in mijn hoofd heeft me hier ook vaak zat aan herinnerd -, maar ik heb het genegeerd omdat ik dacht dat de langzame opbouw nodig was om de situatie en personage’s helder en realistisch te maken. Het einde zou hierdoor naar mijn idee ook spannender worden en als een mokerslag dwars door je gezicht vliegen – als ik de berichten lees dan is dat aardig gelukt. Toch neemt dat alles niet weg dat ze dan nog steeds gelijk hebben. Het begin had wat bondiger gekund.

Het liefst wil je dat iedereen het boek van begin tot eind geweldig vindt, maar voor dit boek was die wens misschien niet realistisch. In de vijf jaar dat ik eraan heb gewerkt is er heel wat veranderd en bijgeschaafd. Zo was het boek eerst puur horror en waren de traumatische gebeurtenissen van Johan in die eerste versie niet tien jaar geleden gebeurd, maar twee maanden voor zijn eerste dagboek notitie. In die versie moest hij alles van die goede oude dokter Van Praag elk deeltje trauma tot in detail van zich afschrijven. Zo omschreef Johan bijvoorbeeld hoe zijn oom in zijn bijzijn zelfmoord pleegde tijdens een bakje koffie in een inrichting en hoe hij met zijn doorgeslagen moeder in de kofferbak rondjes door Maartenshoef reed … Het zijn nog steeds leuke geschifte stukken om terug te lezen, maar het totaalplaatje was qua spanningsopbouw echt een zooitje.
Zes versies verder was het boek eindelijk zoals het nu is en mocht ik tevreden zijn, maar toch kon het dus nog steeds beter. En dat kan het denk ik altijd. Alleen wanneer stop je met bijschaven? Wanneer heb je teveel eraan geknutseld en wanneer te weinig? Waar ligt die grens en wie bepaald die?

Nu ik bijna klaar ben met mijn nieuwe verhaal merk ik dat al het zwoegen aan DODR zijn vruchten heeft afgeworpen en dat ik met dat boek veel te lang ben bezig geweest. Het hele schrijfproces ging dit keer een stuk organischer en ik weet zeker dat dit verhaal geen zes andere versies nodig heeft. Laat staan twee.
Na zes maanden ligt het verhaal al bij de eerste proeflezers en de twijfel en onzekerheid die ik bij DODR had, heb ik nu nog niet ervaren. Wanneer ik mijn hoofd ’s avonds op mijn kussen leg is het stil. Het twijfelende stemmetje zwijgt. Of houd ik misschien mezelf voor de gek en overstemt mijn koppigheid dit keer de twijfel?
We gaan het zien. Het is straks weer aan de lezers om dat te bepalen.

 

Recensies:

https://www.hebban.nl/recensies/wendy-koedoot-over-dagboek-op-doktersrecept

http://faeraphel.nl/recensie/dagboek-op-doktersrecept-marijn-van-zomeren/

http://www.veroniquesboekenhoekje.nl/recensie-dagboek-op-doktersrecept-marijn-van-zomeren/

http://miekewijnantsrecenseert.nl/2018/06/20/recensie-50/

https://www.bol.com/nl/p/dagboek-op-doktersrecept/9200000092779139/

2 Responses

  1. Sanne schreef:

    Vond het een fantastisch boek! Besteld voor de kindle een lekker gelezen in de Portugese zon. Goed gedaan Marijn!

  2. Nakita's Library schreef:

    Ga hem zeker op mijn tbr zetten 😉
    Hopelijk recenseer ik hem ook in de toekomst!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *